Tips
De dood van een huisdier kan verstrekkende gevolgen hebben voor de eigenaar die achterblijft. Dit wordt steeds meer aanvaard door de huidige maatschappij aangezien het voor iedereen duidelijk is dat de nuttige rol die een huisdier vroeger had als bewaker en vanger van ongedierte steeds meer opgeschoven is en nog steeds verder opschuift in de richting van een volwaardig gezelschapsdier. Een gezelschapsdier dat lief is, warm, open, onvoorwaardelijk trouw, lid van het gezin en een steun en toeverlaat in moeilijke tijden. Was er vroeger geen aandacht voor het verdriet van mensen om het verlies van hun huisdier en werd er zonder respect over gesproken; er ontstaat binnen onze samenleving duidelijk steeds meer begrip voor het verdriet om de dood van een gezelschapsdier.
Er mag dan snel steeds meer begrip komen, nog steeds worden wij als diergeneeskundig team geconfronteerd met de pijn die mensen voelen wanneer de omgeving hun diepgewortelde verdriet om het sterven van hun huisdier niet begrijpt en het weglacht, weghoont en zelfs bespottelijk maakt. In een eerdere tekst is al duidelijk gemaakt dat we ons af kunnen vragen hoeveel respect de persoon die een dergelijke respectloosheid voor de gevoelens van een ander laat zien, überhaupt voor zijn omgeving heeft. Blijft het een feit dat het heel kwetsend is voor iemand die intens verdrietig is en op die wijze steeds dieper de put in raakt.
In het volgende stukje worden wat eenvoudige suggesties gegeven hoe je iemand kan steunen die rouwt om de dood van zijn gezelschapsdier.
Doen:
-
Stuur een steunbetuiging in de vorm van een kaart of een brief.
-
Luister naar het verdriet van een eigenaar en probeer eventueel aanwezige schuldgevoelens weg te nemen.
-
Bel een eigenaar na enkele dagen op om te vragen hoe het gaat.
-
Gebruik de naam van het overleden huisdier en probeer openingen te vinden om erover te praten wanneer je merkt dat daar behoefte aan is.
-
Geef de eigenaar de ruimte om te rouwen op zijn of haar eigen unieke wijze.
-
Moedig de eigenaar aan om steun te zoeken bij vrienden, familie, collega’s, enzovoorts.
Niet doen:
Geen rem leggen op de start van de rouwperiode van een eigenaar, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘u moet nu sterk zijn’ of ‘probeer bezig te blijven’. - Geen onmiddellijke vervanging van het overleden dier stimuleren. Dit is voor iedere eigenaar verschillend. Laat de eigenaar zelf aangeven waar hij of zij met het diergeneeskundig team over wil praten en wanneer. Laat een eigenaar zelf bepalen waar hij of zij wanneer aan toe is.
- Stimuleer de eigenaar niet om onmiddellijk alle speeltjes, water en eten, bakken en kleedjes te verwijderen bij thuiskomst. Ook dit is weer zeer individueel en is een beslissing die de eigenaar alleen zelf kan nemen, uiteraard wel met steun van de omgeving en van het diergeneeskundig team.
- Respecteer het verdriet van een eigenaar en maak geen misplaatste relativerende opmerkingen als: ‘tel je zegeningen’, ‘gelukkig heeft u nog andere dieren’, ‘kijk om u heen, en u zult zien dat er vele voorbeelden zijn van mensen die veel ergere dingen meemaken’, ‘tijd heelt alle wonden’, enzovoorts.
- Plaats geen tijdklok op de rouw, verwacht niet dat de pijn ineens weg zal zijn (bijvoorbeeld: ‘het is nu drie maanden geleden, zou het niet eens een keertje klaar moeten zijn’).
- Vermijd standaard opmerkingen of woorden, zoals: ‘gecondoleerd’. Probeer in eigen bewoordingen steun te betuigen en verval niet in standaard zinnen die niet vanuit het gevoel uitgesproken worden.
