In de praktijk
Inleiding
Compassionate care is een begrip dat de laatste decennia in Amerika in opkomst is, omdat het besef groeit dat technische kennis van ziektes alleen niet voldoende is. Om de juiste zorg aan mens en dier te bieden, verdienen beide de aandacht die nodig is. Dit vereist communicatieve vaardigheden en empathie.
Het belang van goede communicatie in de diergeneeskunde, maar ook in de humane gezondheidszorg, is duidelijk. Goede communicatie houdt in: luisteren naar elkaar. Niet alleen horen wat iemand zegt, maar ook lichaamstaal verstaan en je onvoorwaardelijk open stellen voor de ander, zowel mens als dier. Goede communicatie houdt in: geen oordelen en vooroordelen hebben. Er ontstaan grote problemen wanneer we het respect voor de ander, mens of dier, uit het oog verliezen. Pas na vragen en luisteren kunnen we gaan geven en dan komen we tot de kern van compassionate care: het je zorgend wenden tot de ander om die ander zelf, als mens of als dier.
Uiteraard hoef je het niet altijd met die ander eens te zijn. Het is heel belangrijk om bij alles wat je doet wel het respect voor jezelf te bewaren, je grenzen te leren bepalen. Compassionate care is een levenswijze, het is wie je bent en waar je voor staat. Het vereist een balans tussen gevoel en verstand, het vereist zelfkennis en zelfrespect. Het is niet iets wat je kunt acteren, dat hou je niet vol. Je kunt niet anders, je houdt van dieren en van mensen en vanuit die passie voor mens en dier, vanuit respect voor en vanuit een balans in jezelf, kun je met compassionate care zorg bieden en het ook volhouden. We worden allemaal met een open hart geboren, we gaan allemaal de zorg in, zowel diergeneeskundig als humaan, om zorg met liefde, kennis en gevoel te geven, we moeten het gewoon niet onderweg kwijt zien te raken.
Breed begrip
Compassionate care zit in alle lagen van je contact met mens en dier of alleen de mens in de humane gezondheidszorg. Het begint op het moment dat iemand zich aanmeldt aan de balie. Vrijwel iedereen die op een poli van een ziekenhuis binnenkomt of de wachtkamer van een dierenkliniek, is zenuwachtig. Het is heel belangrijk om iemand op zijn of haar gemak te stellen. Even een praatje, soms een hand op de schouder, een kopje koffie, het wijst zich altijd vanzelf wat op dat moment nodig is. De volgende stap is het eerste contact met de arts of dierenarts. Eerst even rustig kennismaken voordat gelijk de kern van het probleem wordt geraakt. Soms komen er mensen binnen en die beginnen gehaast en staand hun verhaal te vertellen, bang dat ze niet de tijd krijgen om goed uit de doeken te doen waar het nou precies om gaat bij hun diertje, ze zijn het niet anders gewend. Neem de tijd, luister aandachtig, geef mens en dier het luisterende oor dat ze verdienen. Ook de onderzoeken die volgen verdienen je zorg en aandacht, niet alleen klinisch, maar ook gevoelsmatig in je contact met mens en dier; blijf kijken naar reacties: twijfel, nervositeit, angst, verdriet en begeleidt de mensen en het dier daarbij. Compassionate care begint en eindigt dus niet bij een euthanasie, maar speelt bij alles een rol. Het moet een deel van jezelf worden, het moet de manier worden waarop je werkt met mens en dier omdat je gevoel en verstand in balans zijn en je het niet anders zou kunnen noch willen.
Opleiding
Het leren kennen van deze overtuiging, het willen werken volgens dit principe, het implementeren van deze werkwijze in de dagelijkse praktijk is nog niet zo makkelijk. Structureel onderwijs over compassionate care ontbreekt in alle zorg gerelateerde beroepsopleidingen. Vanaf dag één aandacht voor persoonlijke ontwikkeling en communicatie in alle zorgopleidingen zal automatisch leiden tot integratie van compassionate care in de zorg.
Het hierna volgende geeft wat handvatten ter ondersteuning van het soms zware werk in de dagelijkse praktijk, waarbij er geen dag voorbij gaat of er is behoefte aan contact op gevoelsniveau, de behoefte om vanuit je hart mens en dier te benaderen. Ik ga proberen kort wat richtlijnen te geven hoe je mensen kunt bereiken in zware, emotionele tijden, bijvoorbeeld voor en tijdens een euthanasie. De oplossing ligt uiteraard niet in deze paar bladzijden, maar vooralsnog kan het misschien die practici ondersteuning bieden die de behoefte in zichzelf voelen groeien om goed om te gaan met emotionele diergerelateerde situaties en zichzelf daarvoor open willen stellen. Steeds dwingender komt die behoefte immers in de zorg naar boven, zowel bij patiënt (humaan), als bij cliënt-patiënt (diergeneeskundig), als bij zorgverleners, in deze verhardende maatschappij.
